Orale glucosetesten kunnen risico op hoefbevangenheid voorspellen

Er wordt heel wat onderzoek gedaan naar hoefbevangenheid. Wetenschappers hebben intussen een aantal oorzaken en risicofactoren kunnen determineren, maar het is niet altijd makkelijk om te voorspellen welke paarden last zullen krijgen van hoefbevangenheid. Een Australisch team heeft nu aangetoond dat een orale glucosetest kan helpen om dat risico te voorspellen.

Opwekken hoefbevangenheid door dieet
Dierenartsen gebruiken vaak een orale glucosetest (OGT) om verstoorde insulinegehaltes op te sporen, die een behoorlijk betrouwbare voorspelling kunnen geven. De relatie tussen het risico op hoefbevangenheid, de OGT en de concentratie van glucose en insuline in het bloed blijft echter vaag.

Een groep Australische wetenschappers heeft onlangs de relatie tussen die drie factoren onderzocht. Zij bouwden verder op de hypothese dat ze hoefbevangenheid op een voorspelbare manier konden opwekken en dat ze zouden kunnen voorspellen hoe snel en hoe ernstig de aandoening zich zou ontwikkelen, op basis van de insuline- en glucose response op een bepaald dieet. 37 pony’s kregen drie keer per dag luzerne (5g per kilogram lichaamsgewicht), havervlokken (8g per kilogram lichaamsgewicht), vloeibare molasse opgelost in water (1g per kilogram lichaamsgewicht), dextrose (1g per kilogram lichaamsgewicht) en een supplement (vitamines en mineralen). Bij hun avondmaal kregen de pony’s  ook luzernehooi (5g per kilogram lichaamsgewicht). De pony’s werden 18 dagen lang op dat dieet gezet, of tot op het moment dat ze hoefbevangen werden.

Klinisch of subklinisch hoefbevangen
De pony’s werden elke dag onderzocht. Bij het eerste teken van hoefbevangenheid kregen ze de juiste behandeling. Veertien pony’s raakten tijdens de dieetperiode hoefbevangen. Onderzoekers Martin Sillence zegt: ‘De hoefbevangenheid werd gediagnosticeerd op basis van analyse van videobeelden, door internationale experten.

Het team kon een duidelijk verband zien tussen de concentraties aan glucose en insuline in het bloed tijdens de OGT en de dieetperiode, en het risico op hoefbevangenheid en de snelheid waarmee die zich ontwikkelde.  Sillence zegt dat de onderzoekers wel verrast waren dat tien pony’s met zeer hoge insulinegehaltes niét klinisch hoefbevangen raakten.

OGT en radiografie
Onderzoekster Alexandra Meier zegt: ‘We geloven dat pony’s met hoge insulinegehaltes subklinisch hoefbevangen kunnen zijn, zonder dat ze symptomen laten zien. Dat betekent dat de hoef beschadigd kan raken, zonder dat eigenaars dat merken.’

Het team raadt paardeneigenaars dan ook aan om hun dierenarts te vragen een OGT uit te voeren bij elk paard waarbij ze verstoorde insulinegehaltes vermoeden. Tekenen daarvan kunnen zijn: zwaarlijvigheid, een harde nek, vetophopingen op het lichaam of abnormale groei van de hoef. Ook een radiografie van de hoef kan subklinische hoefbevangenheid aantonen.

Bron: The Horse