Kenmerken voor het gezonde paard

Als algemene regel heeft de paardenhouder drie parameters om vast te stellen of een paard gezond is:
- De ademhaling
- De pols of hartslag
- De lichaamstemperatuur

Deze drie parameters kunnen beschouwd worden als algemene basis. Wanneer er eentje afwijkt van de norm kunnen we spreken van een ziek paard. Bij ernstige symptomen kan het nodig zijn om de dierenarts er bij te halen.

De ademhaling
Een gezond volwassen paard ademt ongeveer 10 tot 15 keer per minuut. De makkelijkste manier om dit te controleren is kijken naar de flank en tellen hoe vaak deze beweegt. Je kan er ook je hand op leggen en de beweging tellen. Luisteren naar bijgeluiden kan raadzaam zijn om de ademhaling te bepalen. Heeft het paard problemen? Zit de neus verstopt? Wanneer er ook maar iets lijkt te zijn dat de ademhaling hindert of als deze sterk afwijkt dan moet de dierenarts er zo snel mogelijk bijgehaald worden.

Het type ademhaling speelt ook een rol. Bij een costo-abdominale ademhaling is er niets aan de hand. De ribben en buik bewegen dan in een rustig, gelijkmatig tempo op en neer. Een paard dat enkel abdominaal ademt, dus alleen met de buik, kan dampig zijn. Deze paarden hebben een (ernstige) vorm van stofallergie. Kenmerkend is ook de gestrekte hals en vooral de versnelde ademhaling tot wel 30 keer per minuut. Dit doen dampige paarden om toch maar zo veel mogelijk zuurstof op te nemen. Het is van het grootste belang om hier zo snel mogelijk een dierenarts bij te halen en het paard naar een stofvrije omgeving over te brengen.

De hartslag
We spreken van een normale hartslag met 25 tot 45 slagen per minuut. Bij een groot paard kan dit iets langzamer zijn, bij een klein en jong paard iets sneller.

De hartslag bij een paard kan stijgen door verschillende oorzaken:
- Inspanning
- Koorts
- Koliek
- Pijn

De "kracht" en de regelmaat van de hartslag kunnen erg veel zeggen. Het komt bij sportpaarden wel eens voor dat ze te maken hebben met een "regelmatige onregelmatigheid" in hun hartslag. Er zit een foutje in het ritme, het hart slaat bijvoorbeeld eens een tikje over. Dit is niet schadelijk voor het paard, het hart regelt dit zelf en zelfs bij inspanning blijft dit foutje telkens regelmatig.
Wat wél reden tot ongerustheid is, is de "onregelmatige onregelmatigheid". Het hart slaat constant in een verstoord ritme, versnelt en vertraagd zonder verklaarbare oorzaak. De dierenarts dient hier zo spoedig mogelijk van op de hoogte gebracht te worden.

Training is voor een paard van groot belang. Niet alleen voor de conditie, ook voor het hart. Het hart is een spier die zich ook dient te ontwikkelen naargelang de training vordert. Hoe beter je training is aangepast aan je paard, des te sneller zal je paard achteraf herstellen. De algemene norm is dat een paard zo'n 30 tot 45 minuten nodig heeft om na inspanning weer tot een normale hartslag te komen. Duurt het langer, dan is het nodig om de training aan te passen.

De lichaamstemperatuur
De normale lichaamstemperatuur bij een paard bevindt zich tussen de 37°C en 38°C. Vanaf 38,5°C spreken we van koorts.

Opgelet! De uitzondering op deze regel zijn veulens. Deze jonge dieren hebben een normale temperatuur tussen 37,2°C tot 38,9°C bij de geboorte. Het duurt tot ongeveer 48 weken na de geboorte eer een veulen dezelfde lichaamstemperatuur heeft als een gewoon paard. Voor veulens geldt daarom de algemene norm tot 38,5°C en spreken we van koorts bij 38,7°C.

Als een drachtige merrie 1 dag 40°C koorts heeft moet er zo spoedig mogelijk medische hulp gehaald worden omdat dit abortus in de hand kan werken.

Enkele oorzaken waardoor de temperatuur stijgt:
- Arbeid
- Stress
- Ontstekingen
- Koliek

Koorts en verhoogde lichaamstemperatuur vlak na een inspanning zijn normaal. Bij koorts ademt het paard vaak sneller, de oren hangen slap, het hoofd omlaag en soms weigeren ze ook te eten. Koorts heeft als doel het afweersysteem te stimuleren. Korte koorts is dus goed, het is een boost voor het lichaam. Langdurige koorts is echter levensgevaarlijk! Het metabolisme versnelt bij koorts maar als een paard niet eet raakt het volledig uitgeput. Het verbruikt dan meer energie dan het opneemt.

Een lichaamstemperatuur die te laag is noemen we onderkoeling. Vanaf 35°C is er een groot risico dat het paard in shock gaat en sterft. Onderkoeling is veel gevaarlijker dan hoge koorts!

De temperatuur wordt rectaal opgenomen. Het is van groot belang dat men de thermometer goed vasthoudt tijdens het opnemen van de temperatuur. De beste manier is de thermometer voldoende diep in te brengen, lichtjes schuin naar boven. Dit neemt de temperatuur van de darmwand op. Het verkleint het risico om per ongeluk in een aanwezige mestbal te prikken en dus een foutieve temperatuur op te nemen.


Bijkomende onderzoeken en parameters

Behalve door de ademhaling, de hartslag en de temperatuur na te kijken kan een paardenhouder zich op nog enkele technieken beroepen om de gezondheid van een paard te bekijken.

De slijmvliezen
Deze vinden we terug in de mond, aan de ogen en aan de vulva. Ze worden gecontroleerd door er met een vinger op te drukken. De slijmvliezen moeten zo snel mogelijk na loslaten terug in hun oorspronkelijke kleur verschijnen. Dit is bij voorkeur 2 à 3 seconden. Duurt het te lang dan kan er een probleem zijn met de bloeddruk en dient onmiddellijk de dierenarts geraadpleegd te worden.

Roze rood: Normale kleur
Wit: Wijst op anemie, bloedarmoede
Paars: Kenmerkend voor een paard in shock. Indien men niet ingrijpt is dit het voorstadium van de dood
Geel: Kan wijzen op geelzucht en leveraandoeningen, maar is ook mogelijk na koliek of een periode van vasten

Huid, haar en hoorn
De kwaliteit van de huid, de vacht en het hoorn daalt bij een langdurig ziekteproces. Paarden worden vatbaarder voor schimmelinfecties en bacteriële huidaandoeningen waar antibiotica voor nodig is. Hoefbevangenheid is ook een vaak voorkomend probleem bij langdurig zieke paarden. Een paard dat bevangen is geweest heeft een "ring" over zijn hoeven lopen. Ze blijven hier ook altijd extra gevoelig voor eens ze het hebben gehad. Daarom hoort bij een standaard onderzoek steeds een blik op de hoeven.

Lymfeklieren en bloedonderzoek
Lymfeklieren gaan opzetten bij een lokaal ontstekingsproces. Het beste voorbeeld hiervan is droes. Klieren die heel hard opzwellen kunnen zelfs verstikking veroorzaken. In soortgelijk geval dient men onmiddellijk de dierenarts te contacteren. Het plaatsen van een tracheotube kan hier een leven redden, ook bij een paard.

Veel mensen zien het bloedonderzoek als een wondermiddel. Dit is een foute opvatting. Het kan veel vertellen, maar niet alles. Het geeft wel een goede controle op het infectiebeeld en op de orgaansystemen van lever, nieren, darmen en de pancreas.

Radiologische onderzoeken
RX:
Dit zijn röntgenstralen. Ze worden toegepast om een goed beeld te krijgen van de beenderen en gewrichten. Pezen, spieren en ingewanden zijn hier niet op te zien. De grootte van een paard is nadelig voor een RX-onderzoek. Door de massa van het lichaam kunnen de stralen niet altijd diep genoeg doordringen om zichtbaar te worden op de foto. Het meest voorkomend zijn RX-foto's van de benen en gewrichten bij aankoop, verkoop of medische controle van een paard na een blessure.

CT-scan en MRI-scan:
Deze onderzoeken kunnen niet overal uitgevoerd worden. Volledige anesthesie is vereist omdat het paard tijdens het onderzoek onbeweeglijk stil moet blijven liggen. Met deze technieken worden virtuele doorsnedes gemaakt van alle organen. Achteraf worden deze verwerkt via de computer. Hoewel deze technieken zeer efficiënt zijn, zijn ze nog steeds heel erg duur.

Echografie:
Echografie bestaat uit geluidsgolven die door de verschillende weefsels heen gaan en op verschillende manieren worden teruggekaatst. Zo verkrijgen we dan een beeld van de inwendige structuren. Echografie wordt gebruikt voor drachtigheidsdiagnose vanaf 17 dagen, voor pees- en spierproblemen, voor hartproblemen en bij koliek.

Endoscopie
Er wordt gebruik gemaakt van een koude lichtbron en een kabel uit glasvezel. Er zit een cameraatje aan het uiteinde van de kabel en het wordt vaak toegepast voor kijkoperaties. Endoscopie kan zowel ingezet worden als middel om een diagnose te stellen, als om een behandeling te doen.

Scintigrafie
Bij deze methode krijgt het paard een radioactieve vloeistof ingespoten en wordt na volledige verdoving onder een scanner geplaatst. Op de beelden die dan verschijnen is te zien waar het product zich verzamelt. Deze plaatsen zijn een haard van ontsteking, blessure of breuk.

Nadelen:
- Behoorlijk prijzig
- Paard moet onder volledige narcose
- De locatie wordt vastgesteld maar niet de oorzaak of het exacte ziektebeeld
- Het paard moet achteraf een tijdlang in quarantaine wegens radioactieve straling