Gebitsproblemen bij paarden

Oudere (geriatrische) paarden ontwikkelen vaak gebitsklachten. Tanden en kiezen groeien gedurende het leven langzaam vanuit de tandkas naar buiten, de mond in, waar zij afslijten. Door dit proces raken de tanden en kiezen dus geleidelijk ‘op’. We zullen hieronder kort een aantal gebitsproblemen bij het oudere paard bespreken.

Symptomen bij gebitsproblemen
Gebitsproblemen kunnen opvallen door afwijkend eetgedrag of bijvoorbeeld bij het werken met een bit. Paarden passen zich meestal goed aan aan hun ongemak, waardoor gebitsproblemen vaak pas laat worden opgemerkt. Wanneer de klachten ernstiger worden zullen zij langzamer gaan kauwen, meer gaan knoeien met hun voer en proppen maken van het ruwvoer. Lange vezels en hele granen in de mest kunnen duiden op problemen met het vermalen van voedsel. Omdat paarden met gebitsklachten minder eten en slecht vermalen voedsel niet goed kan worden verteerd zullen zij vermageren. Let wel op; vermagering kan uiteraard ook andere oorzaken hebben, zoals een worminfectie of PPID.

Snijtanden
Bij oudere paarden zijn afwijkingen aan de snijtanden snel zichtbaar; er kunnen tanden missen of tanden kunnen te lang zijn doorgegroeid, afwijkend zijn afgesleten of niet goed in de mond staan. Ook kan er sprake zijn van ruimten tussen de snijtanden (diastasen), die tot problemen kunnen leiden. Diastasen bij de snijtanden geven over het algemeen minder problemen dan bij de kiezen, omdat ze door de eigenaar zelf schoon te houden zijn. Bij oudere paarden komt ook EOTRH vaak voor; een aandoening die kan leiden tot pijnklachten en het verlies van tanden en kiezen.

Kiezen
Hoewel er met name in de onderkaak veel tandsteenvorming kan zijn op de ruinen- en hengstentanden en het tandvlees ontstoken kan zijn, komen hier niet vaak afwijkingen aan voor.

Oudere paarden kunnen, net als jongere paarden, een schaar- golf- of trapgebit ontwikkelen door ongelijke slijtage van de kiezen. Daarnaast krijgen geriatrische paarden vaak problemen door diastasen, waarin voer vast kan komen te zitten wat weer kan leiden tot ontstekingen en uiteindelijk tot het verlies van elementen. Te lange kiezen moeten in lengte worden teruggebracht. Wanneer de kies veel langer is dan de andere elementen vergt dit meerdere behandelingen. Bij het afslijten van de kiezen worden deze steeds gladder. Bij behandeling van de kiezen van geriatrische paarden is het dan ook van belang zoveel mogelijk van het maaloppervlak te behouden. Losse en pijnlijke kiezen zullen wel verwijderd moeten worden. Wanneer de kiezen te glad zijn zal een paard aangepast voedsel moeten krijgen, zoals gehakseld hooi of luzerne en/of senioren slobber.

Regelmatige gebitscontrole
Het is raadzaam om het gebit van een geriatrisch paard twee keer per jaar te laten controleren op aantasting, ontstekingen en onjuiste afslijting. Door tijdige signalering en behandeling blijft het gebit langer functioneel.

Bron: Paardenarts.nl

 

Lees ook: Ouderdom (Leeftijd schatten aan de hand van het paardengebit)