Laag suiker- en zetmeelrantsoen

Sobere rassen en paarden/pony’s die gevoelig zijn voor hoefbevangenheid, insulineresistentie, overgewicht, spierbevangenheid of koliek zijn vaak gebaat bij een rantsoen dat weinig suikers en zetmeel bevat. Suiker en zetmeel zijn belangrijke energieleveranciers, maar als deze stoffen slechts minimaal in het rantsoen mogen voorkomen, hoe ziet zo’n rantsoen er dan uit?

1. Ruwvoer
Ruwvoer is voor bovengenoemde paarden en pony’s de belangrijkste energieleverancier. Het is niet suikervrij, maar wel vrij van zetmeel. Ruwvoer bevat veel ruwe celstof, wat in de blinde en dikke darm wordt gefermenteerd. De vluchtige vetzuren die daarbij worden geproduceerd, leveren energie aan het paard.

2. Weinig of geen granen
Granen zijn de belangrijkste bron van zetmeel en zijn verwerkt in praktisch alle brokken en muesli’s. Ook slobbers bevatten granen. Zetmeel zorgt voor grote schommelingen in de bloedsuiker, waar sommige paarden en pony’s erg gevoelig voor zijn. Bij deze dieren is het wenselijk om graanarm of graanvrij te voeren.

3. Wel of geen melasse?
Melasse is een restproduct uit de suikerindustrie en wordt gebruikt als bindmiddel in brok en sommige muesli’s. Meestal bevat het ongeveer 50% suiker. Voor een suikergevoelig paard kan het verstandig zijn om een voer zonder melasse te kiezen. In sommige gevallen is het beter om überhaupt geen krachtvoer te voeren.

4. Eventueel olie
Wanneer een paard regelmatig moet presteren, maar bijvoorbeeld vaak spierbevangen raakt, is olie een zeer goede alternatieve energiebron ten opzichte van suiker en zetmeel. Het bevat 3 keer meer energie dan suiker en zetmeel en bij de verbranding komen geen afvalstoffen vrij die in de spieren kunnen ophopen en problemen veroorzaken.

Een suikervrij rantsoen bestaat niet. Niet alleen krachtvoer, maar ook ruwvoer zoals hooi, voordroog, luzerne, etc. bevatten suiker, soms zelfs in aanzienlijke hoeveelheden. Houd dit in de gaten bij het samenstellen van het rantsoen.

Bron: Hoefslag