Huidschimmel

Schimmelinfecties zijn een veelvoorkomende oorzaak van huidaandoeningen bij het paard. Schimmels zijn vaak sterker dan bacteriën of virussen en kunnen overleven zonder daadwerkelijk op het paard te zitten. Schimmelinfecties worden ook wel phytose of ringworm genoemd. De schimmels Trichophyton of Microsporum zijn vaak de boosdoener, maar aan de huidplekken kun je niet zien welke van de twee de schuldige is.

Een huidschimmelinfectie bij paarden wordt in de volksmond ook wel ringworm, ringschurft of dermatofytose genoemd. De infectie tast meestal de oppervlakkige lagen van de huid en vacht aan. De schimmel besmet voornamelijk de haarzakjes of krijgt toegang tot de huid door kleine wondjes en schaafplekken. Schimmels gedijen goed in de herfst- en winterperiode vanwege het vochtige klimaat (onder dekens en in de stal / regen). Het gaat dan vooral om vochtigheid, lage temperaturen zelf belemmeren de groei van schimmels. Zonlicht (UV-licht) is goed tégen schimmels en dat is een van de redenen dat het in de stalperiode meer voorkomt. Vocht en regen kunnen de vettige beschermlaag van de huid van het paard aantasten waardoor de schimmel kan binnendringen. Schimmelinfecties zie je dan ook vaak op de plek van het zadel, hoofdstel of het tuig omdat de huid daar vaak vochtig is door zweet en het harnachement altijd een beetje over de huid schuurt. Paarden met onvoldoende afweer zijn het meest vatbaar voor schimmelinfecties. Jonge dieren zijn vaak gevoeliger voor schimmelinfecties dan volwassen dieren. Dit heeft mogelijk te maken met biochemische veranderingen in de huid, het verharingspatroon en de immuunstatus.

Besmettelijkheid
Huidschimmels zijn besmettelijk en overdraagbaar op mens en dier. Een huidschimmel kan worden overgedragen door direct contact tussen paarden of tussen paard, mens en andere huisdieren. Besmetting kan ook indirect plaatsvinden, bijvoorbeeld via borstels, voerbakken, tuigen, zadels en in stallen of gebouwen. En vergeet daarbij ook je cap niet. Wat veel mensen niet weten, is dat de schimmelsporen in gunstige omstandigheden, droog en vochtvrij, meer dan een half jaar kunnen overleven. Warmte, vuil, een hoge stalbezetting en slechte ventilatie met als gevolg een hoge luchtvochtigheid zijn gunstige omstandigheden voor de verdere ontwikkeling van schimmels. Zeker in stallen of op maneges is het een lastige taak om schimmelinfecties uit te bannen. Daarnaast zijn sommige paarden ‘drager’ van de schimmelsporen, maar hebben ze zelf geen ziekteverschijnselen. Als het paard het eenmaal heeft doorgemaakt, krijgt het doorgaans niet weer een infectie, het heeft dan weerstand genoeg tegen de schimmel, maar kan dan nog wel drager zijn. Er is dus een verschil in gevoeligheid tussen paarden.

Ziekteverschijnselen en diagnose
De incubatietijd (de tijd die verstrijkt tussen de besmetting en de eerste klinische symptomen) van een schimmelinfectie is circa één tot vijf weken en is te herkennen aan kleine schilferige ronde bultjes in de huid met opstaande haren en korstjes. Dit is afhankelijk van de omgevingsfactoren, zoals vochtigheid, waarin de schimmel sneller kan ontwikkelen. Na de besmetting ontstaat een ronde verdikking in de huid waarbij de haren vaak uitvallen. De plekken hebben een grijswitte kleur en veroorzaken doorgaans geen jeuk bij het paard. De infectie geneest vanuit het centrum naar buiten toe.

De diagnose van een schimmelinfectie is door de uiterlijke verschijningen in het merendeel van de gevallen duidelijk te stellen. Heb je twijfels over de huidaandoening? Een dierenarts kan in dat geval een monster van haren en korsten nemen en onderzoeken in het laboratorium. Na circa veertien dagen kan de dierenarts een betrouwbare diagnose stellen.

Behandeling van huidschimmels
Schimmelinfecties kunnen vanzelf genezen. De huid herstelt veelal binnen 1 tot 3 maanden. Vanwege de besmettelijkheid voor mens en dier en de conditie van het paard is het noodzakelijk paarden wel voor de schimmelinfectie te behandelen. De eerste stap in de behandeling van huidschimmels bestaat uit het wassen met een schimmeldodend middel. Het is van belang het hele paard te wassen aangezien de schimmelsporen ook op de nog niet aangetaste plekken voorkomen. Een effectieve behandeling bestaat uit circa 3 tot 4 wasbeurten met steeds 4 dagen tussen de wasbeurten. Het is belangrijk om het schimmelmiddel niet uit te spoelen.

Materialen zoals het zadel, dekens, borstels en de omgeving van het paard moeten ook zorgvuldig worden gereinigd. Vaak voldoet hier de gebruikte oplossing van het schimmeldodende middel voor (bijvoorbeeld Imaverol of Mycophyt). Ook de stal van schimmelpatienten kan een bron van besmetting zijn, na een goede mechanische reiniging (leegmaken en met bijvoorbeeld een sodaoplossing goed schrobben) volstaat reiniging met bijvoorbeeld Halamid of een formalinehoudend middel. Let wel op: dit zijn bijtende middelen die bij verkeerd gebruik schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid.

 

 

 



Preventie van huidschimmels
In de eerste plaats is een goede weerstand van belang ter voorkoming van schimmelinfecties. Onvoldoende weerstand betekent meer kans voor de ontwikkeling van ziekten en daarmee ook schimmelinfecties. Wanneer het paard al geïnfecteerd is door de schimmel, zorg er dan voor dat de schimmel niet wordt overgedragen op mens of dier door ieder contact met de schimmel te vermijden. Zet indien mogelijk het paard apart om de besmettingskans te verkleinen en zorg voor een goede ventilatie in de stal.

Tot slot kun je het paard preventief een vaccinatie geven. Vaccineren kan zinvol zijn als het paard in een stal staat waar schimmels regelmatig voorkomen. De behandeling bestaat uit een tweetal vaccinaties met twee weken tussentijd. De vaccinatie kan elke negen maanden worden herhaald voor een goede werking.

Bron: Paardenarts.nl